Arbitragereglement vastgoed- en bouwcontracten

ARTIKEL 1. OMSCHRIJVING RECHTSMACHT

1. Het scheidsgerecht neemt kennis van de geschillen die zich voordoen tussen partijen bij vastgoed- en bouwcontracten en die het 'Arbitragebeding Vastgoed- en Bouwcontracten' hebben onderschreven. Zowel geschillen tussen professionelen en particulieren, als geschillen tussen professionelen onderling kunnen het voorwerp uitmaken van arbitrage.
2. De geschillen waarvan het scheidsgerecht kennis neemt zijn bijvoorbeeld geschillen met betrekking tot: bemiddeling inzake verkoop, verhuur en vestiging van zakelijke genotsrechten; bemiddeling bij overdracht van handelszaken; rentmeesterschap; vastgoedpromotie; aanneming van werken; optreden als vastgoedexpert (o.a. schattingen); vestiging en overdracht van rechten van timesharing, vastgoedfinanciering en andere. Deze lijst van voorbeelden is exemplatief.

ARTIKEL 2. AANHANGIGMAKING

1. De partij die een beroep wenst te doen op arbitrage ("eiser") zendt een volledig ingevuld en ondertekend klachtenformulier aan de gedaagde partij ("verweerder") bij aangetekend schrijven.
2. Een rechtspersoon die als partij in een arbitrage optreedt en het klachtenformulier ondertekent, moet behoorlijk zijn vertegenwoordigd met inachtname van de toepasselijke wettelijke en statutaire bepalingen.
3. Het klachtenformulier is beschikbaar op deze website. Het is eveneens verkrijgbaar bij het secretariaat van het CIB Vlaanderen, Kortrijksesteenweg 1005 te 9000 Gent (09/222.06.22), tegen vergoeding van de portkosten.
4. De arbitrage is aanhangig vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de aangetekende klachtenbrief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.

ARTIKEL 3. SAMENSTELLING VAN HET SCHEIDSGERECHT

1. Het scheidsgerecht bestaat uit drie arbiters die een college vormen: een arbiter aangeduid door de eiser, een arbiter aangeduid door de verweerder, en een voorzitter.
2. De eiser duidt een arbiter aan in het klachtenformulier. De verweerder duidt een arbiter aan in zijn antwoord op het klachtenformulier. De partijen zijn vrij zelf een arbiter voor te dragen. Zij kunnen ook een arbiter kiezen uit de lijst van arbiters bijgehouden door CIB Vlaanderen. CIB Vlaanderen stelt een lijst van arbiters ter beschikking die kan worden geraadpleegd op deze website. De lijst bestaat uit juridische en uit technische experten. Op de lijst wordt aangegeven in welk domein of domeinen zij gespecialiseerd zijn. 3. Indien de partijen hebben nagelaten om de door hen aan te wijzen arbiters aan te duiden binnen de maand na het aanhangig maken van de arbitrage, dan geschiedt de benoeming van die arbiter of arbiters op verzoek van de meest gerede partij door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die bij voorkeur kiest uit de lijst van arbiters bijgehouden door CIB Vlaanderen.
4. Beide arbiters beschikken over een termijn van 15 kalenderdagen om een voorzitter-arbiter aan te duiden. De voorzitter is steeds een jurist. Hij is belast met de coördinatie van de redactie van de arbitrale uitspraak en staat in voor de communicatie met de partijen. Hij bepaalt de gang van zaken en leidt de debatten. Hij doet dit steeds in nauw overleg met zijn co-arbiters en in naam van het scheidsgerecht. Indien deze arbiters niet overgaan tot een benoeming van een voorzitter-arbiter, dan zal deze worden benoemd door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, overeenkomstig de modaliteiten bepaald in paragraaf 3 van dit artikel.
5. De drie arbiters zijn allen onafhankelijk en onpartijdig ten aanzien van het geschil en de partijen in het geding. In geen geval mag een arbiter worden aangeduid die een functie bekleedt in één van de in het geschil betrokken bedrijven of die in enige hoedanigheid (bijvoorbeeld als adviseur) in het geschil is tussengekomen. De partijen beschikken, in limine litis, over een wrakingsrecht. De wraking gebeurt op de wijze voorzien in art. 1691 Ger.W. .

ARTIKEL 4. DRAAGWIJDTE VAN DE ARBITRAGEOVEREENKOMST

1. Het feit dat de partijen zijn overeengekomen om hun geschil door arbitrage te laten beslechten, houdt in dat zij zich volledig aan onderhavig reglement onderwerpen.
2. Indien één van de partijen ondanks die arbitrageovereenkomst weigert deel te nemen aan de arbitrage, of zich van verdere deelneming onthoudt, zal de arbitrage toch doorgaan.
3. Wanneer een partij één of meer verweermiddelen opwerpt over het bestaan en de geldigheid van de arbitrageovereenkomst, beslist het scheidsgerecht over diens eigen rechtsmacht.
4. Het scheidsgerecht is bevoegd, ondanks de nietigheid of de niet-geldige totstandkoming van de algemene voorwaarden of enig ander contract waarin het arbitragebeding is opgenomen, indien vaststaat dat de arbitrageovereenkomst op zich geldig is.

ARTIKEL 5. BEVOEGDHEID EN PLICHTEN VAN HET SCHEIDSGERECHT

1. Het scheidsgerecht is ontslaan van alle niet bindende rechterlijke formaliteiten. Het scheidsgerecht kan alle maatregelen nemen die het nodig acht voor het beslechten van het geschil, zoals : het oproepen van getuigen, het aanstellen van deskundigen, het gelasten van de persoonlijke verschijning van partijen, enzovoort.
2. Het scheidsgerecht kan op verzoek van één van de partijen alle nuttige, voorlopige en bewarende maatregelen bevelen, met inbegrip van het stellen van waarborgen of het toewijzen van een provisie.
3. De arbiters beslissen steeds collegiaal.
4. Het scheidsgerecht is gehouden door een plicht tot confidentialiteit.

ARTIKEL 6. VOORBEREIDENDE MAATREGELEN

1. Het scheidsgerecht brengt de partijen per aangetekend schrijven op de hoogte van diens samenstelling. Het doet dit binnen 7 kalenderdagen na de aanstelling van de voorzitter-arbiter.
2. Binnen dezelfde termijn nodigt het scheidsgerecht de partijen uit tot het storten van een provisie zoals bepaald in artikel 15 op een bankrekening bepaald door de voorzitter. Wanneer binnen de maand na het verzoek tot storting de provisie niet volledig is betaald, wordt de eisende partij geacht afstand te hebben gedaan van het geding. Zowel de provisie als de aanvullende provisie is in gelijke delen verschuldigd door de eisende partij en de verwerende partij. Iedere partij kan evenwel de totaliteit van de provisie ten laste nemen, indien de andere partij nalaat haar deel van de provisie te betalen.
3. Het scheidsgerecht maakt concrete afspraken met de partijen, zoals ondermeer met betrekking tot de vorm van de communicatie en de procedure-agenda. De procedure-agenda legt het chronologische verloop van de arbitrage en afspraken met betrekking tot termijnen vast.

ARTIKEL 7. VRIJWILLIGE TUSSENKOMST VAN EEN DERDE

1. Dit artikel betreft het geval waar een persoon die geen arbitragebeding heeft ondertekend verzoekt om in een arbitrage te mogen tussenkomen, of een dergelijke persoon door een van beide partijen is opgeroepen om tussen te komen.
2. De derde kan zulks schriftelijk verzoeken aan het scheidsgerecht. Het scheidsgerecht deelt dit verzoek mee aan de partijen.
3. Opdat de tussenkomst zou mogelijk zijn is het akkoord vereist van alle partijen. Bovendien moeten alle partijen een arbitrageovereenkomst met deze derde sluiten. De tussenkomst is bovendien afhankelijk van de instemming van het scheidsgerecht, dat de tussenkomst éénparig moet goedkeuren. De tussenkomende partij verbindt zich ertoe het arbitragereglement volledig te aanvaarden en ziet af van de aanstelling van een eigen arbiter. Bovendien moet de tussenkomende partij bijdragen in de kosten van de arbitrage, indien het scheidsgerecht zulks billijk oordeelt.
4. Het scheidsgerecht behoudt zich het recht voor een hogere vergoeding te vragen voor het additionele werk dat de tussenkomst van de derde met zich meebrengt.

ARTIKEL 8. TUSSENKOMST VAN EEN DERDE OP VERZOEK VAN ÉÉN VAN DE PARTIJEN

1. De tussenkomst moet worden goedgekeurd door het scheidsgerecht. De tussenkomende partij verbindt zich ertoe het arbitragereglement volledig te aanvaarden en ziet af van de aanstelling van een eigen arbiter. Bovendien moet de tussenkomende partij bijdragen in de kosten van de arbitrage, indien het scheidsgerecht zulks billijk oordeelt.
2. Het scheidsgerecht behoudt zich het recht voor een hogere vergoeding te vragen voor het additionele werk dat de tussenkomst van de derde met zich meebrengt.

ARTIKEL 9. IN STAAT STELLEN VAN DE ZAAK

Het scheidsgerecht stelt de procedurekalender op en bepaalt, rekening houdend met de aard en complexiteit van de zaak, welke van de twee hierna beschreven procedures zal worden gevolgd:
a. Eerste procedure:
1. De partijen beschikken over een termijn van 1 maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de procedurekalender om hun volledige dossier over te maken. Een partij heeft aan deze voorwaarde voldaan wanneer zij aan haar tegenstrever alsook aan elke arbiter afzonderlijk een exemplaar van het dossier samen met een inventaris van de stukken heeft toegezonden.
2. Wanneer de verweerder een tegeneis wil formuleren, moet ze dit doen binnen een termijn van 1 maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de procedurekalender. Ze doet dit door aan haar tegenstrever alsook aan elke arbiter afzonderlijk een exemplaar van de tegeneis over te maken.
3. De verweerder beschikt over 15 kalenderdagen om conclusies te nemen vanaf het verstrijken van de termijn van 1 maand voorzien in paragraaf 1. De verweerder moet aan haar tegenstrever alsook aan elke arbiter afzonderlijk een exemplaar van de conclusies overmaken.
4. De eiser beschikt over 15 kalenderdagen om conclusies te nemen vanaf het verstrijken van de termijn voorzien in paragraaf 3. De eiser moet aan zijn tegenstrever alsook aan elke arbiter afzonderlijk een exemplaar van de conclusies overmaken.
b. Tweede procedure
1. De eiser beschikt over een termijn van 1 maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de procedurekalender om haar volledige dossier en haar conclusies over te maken. De eiser heeft aan deze voorwaarde voldaan wanneer zij aan haar tegenstrever alsook aan elke arbiter afzonderlijk een exemplaar van het dossier met een inventaris van de stukken samen met de conclusies heeft toegezonden.
2. De verweerder neemt antwoordconclusies binnen een termijn van 1 maand te rekenen vanaf het verstrijken van voorgaande termijn. De verweerder zal haar volledige dossier met inventaris van de stukken samen met haar conclusies overmaken aan haar tegenstrever alsook aan elke arbiter afzonderlijk.
3. Wanneer de verweerder een tegeneis wil formuleren, moet dit gebeuren in de conclusies en binnen de termijn vermeld in paragraaf 2.
4. De eiser beschikt over 15 kalenderdagen om conclusies te nemen vanaf het verstrijken van de termijn van 1 maand voorzien in paragraaf 2. De eiser moet aan haar tegenstrever alsook aan elke arbiter afzonderlijk een exemplaar van de conclusies overmaken.
5. De verweerder beschikt over 15 kalenderdagen om conclusies te nemen vanaf het verstrijken van de termijn voorzien in paragraaf 4. De verweerder moet aan haar tegenstrever alsook aan elke arbiter afzonderlijk een exemplaar van de conclusies overmaken.
6. Indien de verweerder een tegeneis formuleerde conform paragraaf 2, beschikt de eiser over een bijkomende termijn van 15 kalenderdagen om conclusies te nemen vanaf het verstrijken van de termijn voorzien in paragraaf 5.

ARTIKEL 10. ZITTING

1. Het scheidsgerecht vat met alle mogelijke middelen zo spoedig mogelijk het onderzoek van de zaak aan. Het kan hiervoor gebruik maken van de ruime bevoegdheden aangegeven onder artikel 5.
2. Het scheidsgerecht mag uitspraak doen op de stukken, tenzij een van de partijen wenst gehoord te worden. Het scheidsgerecht kan ook zelf beslissen dat een of meerdere hoorzittingen noodzakelijk zijn. Bovendien kan het scheidsgerecht beslissen dat een plaatsbezoek noodzakelijk is.
3. Op vraag van de partijen of één van hen, of ambtshalve, nodigt het scheidsgerecht de partijen tijdig uit voor zich te verschijnen of aanwezig te zijn op het plaatsbezoek op de dag en de plaats die het vaststelt.
4. Indien de partijen of één van hen niet opdagen, hoewel zij regelmatig zijn opgeroepen, is het scheidsgerecht gemachtigd om zijn opdracht niettemin te volbrengen, nadat het zich ervan heeft vergewist dat de oproep de partijen heeft bereikt en dat zij geen geldig excuus hebben aangevoerd om hun afwezigheid te rechtvaardigen. De arbitrale uitspraak wordt in ieder geval geacht op tegenspraak te zijn gedaan.
5. Partijen kunnen aan het scheidsgerecht vragen om bepaalde getuigen in aanwezigheid van partijen te horen. Het scheidsgerecht oordeelt over de wenselijkheid hiervan.
6. De zittingen zijn niet openbaar.
7. De partijen verschijnen ofwel persoonlijk, ofwel via een behoorlijk daartoe gevolmachtigde of advocaat. In geval van persoonlijke verschijning kan een partij worden bijstaan door een raadsman (jurist) en desgevallend een persoonlijke deskundige.
8. Indien de partijen nieuwe vorderingen aanvoeren, hetzij in uitbreiding van de oorspronkelijke vordering, hetzij in uitbreiding van de tegenvordering, moeten zij dat schriftelijk doen. Het scheidsgerecht kan weigeren van deze nieuwe vorderingen kennis te nemen, indien het oordeelt dat dit het onderzoek of de afhandeling van de oorspronkelijke vordering kan vertragen of de door de akte van opdracht vastgestelde grenzen overschrijdt. Het kan ook rekening houden met alle andere relevante omstandigheden.

ARTIKEL 11. SLUITING VAN DE DEBATTEN

Na behandeling van de zaak worden de debatten gesloten en wordt de zaak voor uitspraak in beraad genomen.

ARTIKEL 12. BEËINDIGING VAN HET GESCHIL DOOR ONDERLING AKKOORD

Indien de partijen, na de benoeming van het scheidsgerecht, maar vóór de sluiting van de debatten een akkoord bereiken dat aan hun geschil een einde maakt, dan wordt dit akkoord op verzoek van de partijen en met de toestemming van het scheidsgerecht, vastgelegd in een arbitrale schikkinguitspraak.

ARTIKEL 13. ARBITRALE UITSPRAAK

1. Het scheidsgerecht doet op gemotiveerde wijze uitspraak over de zaak. De uitspraak wordt geacht te zijn gedaan op de plaats en op de datum vermeld in de arbitrale uitspraak. De uitspraak gebeurt bij meerderheid van stemmen.
2. Het scheidsgerecht doet uitspraak binnen een termijn van 1 maand na het sluiten van de debatten. Het scheidsgerecht streeft er naar om binnen een termijn van 6 maanden na de aanstelling van de voorzitter-arbiter een uitspraak te doen.
3. De uitspraak wordt per gewone brief meegedeeld aan de partijen en aan hun respectieve raadslieden.
4. De arbitrale uitspraak wordt slechts neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de zetel van de arbitrage, wanneer één van de partijen erom verzoekt binnen een termijn van één maand na de kennisgeving ervan.
5. Partijen kunnen gezamenlijk verzoeken dat de arbitrale uitspraak wordt neergelegd bij een openbare ambtenaar, met name een notaris of een gerechtsdeurwaarder, die zijn kantoor heeft binnen het ambtsgebied van de zetel van de arbitrage. Partijen kunnen een bepaalde openbare ambtenaar voorstellen aan het scheidsgerecht. Het scheidsgerecht bepaalt de duur van de bewaring door de openbare ambtenaar, rekening houdende met de duur van de verbintenissen die voortvloeien uit de arbitrale uitspraak.
6. De neerlegging bij de rechtbank of bij een openbare ambtenaar gebeurt door het scheidsgerecht, binnen één maand na het verzoek tot neerlegging. Aan alle partijen wordt door het scheidsgerecht een kopie van het bewijs van neerlegging overgemaakt. De kosten van neerlegging worden door het scheidsgerecht proportioneel ten laste gelegd van alle partijen, met inbegrip van de eventuele tussenkomende partijen.
7. De arbitrale uitspraak is definitief en in laatste aanleg gewezen. De partijen verbinden zich ertoe de uitspraak onmiddellijk, volledig en loyaal uit te voeren.

ARTIKEL 14. PLAATS VAN ARBITRAGE

De arbitrage vindt plaats in België. De plaats van arbitrage is steeds een stad of gemeente in de provincie waar het onroerend goed of de voornaamste vestiging van de handelszaak gelegen is. Indien er meerdere onroerende goederen zijn die gelegen zijn in verschillende provincies, dan is de ligging van het belangrijkste onroerend goed doorslaggevend. De belangrijkheid van de onroerend goederen wordt bepaald op basis van hun respectieve niet-geïndexeerde kadastrale inkomens. Het scheidsgerecht bepaalt de concrete locatie waar de arbitrage praktisch zal plaatsvinden (ondermeer de eventuele hoorzittingen en ondervragingen van getuigen).

ARTIKEL 15. TAAL VAN ARBITRAGE

1. Partijen kunnen in onderling overleg de taal van de arbitrage vaststellen. Zij hebben hierbij de keuze uit het Nederlands, Frans, Duits of Engels. Deze keuze dient te gebeuren binnen de 15 kalenderdagen te rekenen vanaf het aanhangig zijn van de arbitrage, zoals omschreven in artikel 2 lid 4 van dit arbitragereglement.
2. Bij gebrek aan tijdige keuze van partijen, wordt de taal van arbitrage bepaald op grond van de twee hierna vermelde regels:
* de arbitrage vindt plaats in de taal van het contract waarin het arbitragebeding voorkomt;
* indien het geschil voortvloeit uit meerdere contracten waarin het arbitragebeding voorkomt maar die opgesteld zijn in verschillende talen dan geschiedt de arbitrage in de taal van de plaats van arbitrage, zoals bepaald overeenkomstig artikel 14 van dit arbitragereglement.

ARTIKEL 16. DE ARBITRAGEKOSTEN

1. De arbiters begroten de erelonen en de kosten, met inbegrip van hun eventuele verplaatsingskosten, bij de aanvang van de arbitrage. De totale kost wordt geraamd in functie van het aantal uren die zij aan de arbitrage zullen spenderen rekening houdend met de aard van de zaak. Indien het scheidsgerecht in de loop van het geschil oordeelt dat de werkelijke kost het begrootte bedrag zal overstijgen, moet ze de partijen hiervan op de hoogte brengen. Zij kan van de partijen een aanvullende provisie vorderen.
2. Indien de arbitrageprocedure vroegtijdig wordt beëindigd hetzij door partijen in der minne hetzij door afstand van geding door de eiser, dan hebben de arbiters recht op een passende vergoeding voor het door hen tot dan toe verrichte werk.
3. De arbiters beslissen ambtshalve over de verdeling van de kosten in de arbitrale uitspraak.
4. Partijen kunnen van de hiervoor vermelde bepalingen in dit artikel afwijken door voorafgaandelijk een andere verdeelsleutel en/of berekeningswijze overeen te komen
5. De verdeling van de vergoeding wordt door de arbiters onderling overeengekomen, deze interne verdeling wordt niet meegedeeld aan de partijen.

ARTIKEL 17. TOEPASSING DEEL VI GERECHTELIJK WETBOEK

1. De artikelen 1676 tot en met 1723 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op alles wat niet uitdrukkelijk in dit reglement is omschreven.
2. In alle gevallen waarin dit arbitragereglement de mogelijkheid wordt geboden om een beroep te doen op de rechtbank van eerste aanleg of haar voorzitter, dan wordt hiermee bedoeld de rechtbank van de plaats van arbitrage zoals omschreven in artikel 14 van dit arbitragereglement.

ARTIKEL 18. MOGELIJKHEID TOT VERLENGING TERMIJNEN

1. De arbiters kunnen, gelet op de complexiteit van de zaak en rekening houdend met de gangbare vakantieperiodes, één of meerdere termijnen voorzien in dit reglement verlengen. Zij kunnen maximaal de duur van een termijn verdubbelen.
2. Indien er één of meerdere tussenkomende partijen zijn dan zal het scheidsgerecht de vastgestelde procedurekalender aanpassen en aan deze tussenkomende partijen de nodige termijnen toekennen teneinde hen in de gelegenheid te stellen hun argumenten en stavingstukken naar voor te brengen.

Onze Partners

  • Concordia
  • Logic-Immo
  • Luminus
  • Immoproxio
  • BTV
  • Roularta
  • 140
  • Eternit
  • Partena
  • Office Solutions